Je kind is inmiddels een jaar, anderhalf, misschien al twee. En ergens in de afgelopen maanden drong het tot je door: je hebt nauwelijks iets opgeschreven. Geen dagboek bijgehouden, geen app bijgehouden, geen notities. Wel foto's, massa's foto's, maar geen woorden. Geen verhaal. Dat gevoel van het eerste jaar niet bijgehouden te hebben zit nu als een soort onafgewerkte klus in je hoofd.
Herkenbaar, zegt bijna elke ouder die ik spreek. Niet als uitzondering, maar als de gewoonste zaak van de wereld.
Waarom het eerste jaar zo moeilijk bij te houden is
Het eerste jaar is het meest fotografeerde jaar uit een mensenleven en tegelijkertijd het jaar waar ouders het minst over schrijven. Dat is geen toeval.
Je bent moe. Zo moe dat denken een inspanning is. Je leeft van feed naar feed, van dutje naar dutje. De momenten zijn er wel, maar de ruimte om ze te noteren ontbreekt. Bovendien weet je niet goed wat je moet opschrijven. Alles voelt tegelijk te groot en te gewoon om te benoemen.
Schrijven vraagt een blanco pagina, een pen, een beslissing over waar je begint. Op de meeste nachten is dat gewoon te veel.
"Ik dacht altijd: dat schrijf ik morgen op. Maar morgen was net zo vol als vandaag."
Ouder via YearChapter
Het eerste jaar niet bijgehouden: wat je nu nog weet
Het goede nieuws is dit: je weet nog steeds meer dan je denkt. Het is alleen niet geordend.
Herinneringen zitten niet alleen in wat je hebt opgeschreven. Ze zitten in de foto's die je nooit hebt gepost, in de grappige berichtjes die je naar je moeder stuurde, in de voice-memos die je naar je partner stuurde op een slapeloos moment. Ze zijn er, maar ze zijn verspreid.
Wat helpt is beginnen met wat je nu nog weet, zonder te proberen het chronologisch te reconstrueren. Dat is een val. Je wilt het eerste jaar niet reconstrueren zoals het was, je wilt opschrijven hoe het voelde. En dat gevoel is er nog.
Een paar vragen die je op gang helpen:
- De geur: hoe rook je kind toen het pas geboren was, en wanneer merkte je dat die geur verdween?
- Het gewicht: hoe voelde het om hem of haar vast te houden in de eerste weken?
- De nacht: wat deed je als je niet kon slapen en het kind ook niet?
- Het eerste moment van herkenning: wanneer keek je kind je voor het eerst echt aan alsof het wist wie je was?
- Wat je dacht: wat was de meest verrassende gedachte die je had in dat eerste jaar, iets wat je niet had verwacht te denken?
Dit zijn geen vragen die een perfect jaar reconstrueren. Ze halen op wat er echt toe deed, en dat is precies genoeg. In het artikel over hoe je weet wat je wilt onthouden voordat je weet wat je vergeet staat meer over hoe je dit soort vragen gebruikt om terug te halen wat je dacht te zijn kwijtgeraakt.
Wat nu nog mogelijk is
Je kunt nu beginnen. Niet met het jaar inhalen, maar met het vastleggen van wat je je herinnert. Dat is iets anders.
Terugschrijven heeft zijn eigen waarde. Je schrijft niet wat er feitelijk gebeurde, je schrijft wat er bij jou is blijven hangen. En dat is precies wat je kind later wil lezen: niet een logboek, maar een echt verhaal van een mens die erbij was.
Het helpt om niet te beginnen met een leeg scherm en de vraag: wat moet ik opschrijven? Dat is waar het voor veel ouders stukloopt. YearChapter stelt maandelijks vragen op basis van wat je eerder hebt ingevuld, zodat je niet hoeft te bedenken waar je begint. Je hoeft alleen te antwoorden. Dat is een kleiner drempel dan een dagboek pakken en hopen dat de juiste woorden komen.
En mocht je kind nu al iets ouder zijn en je wilt ook het gesprek aangaan over wat je je herinnert: het artikel over praten met je kind over vroeger als je nauwelijks iets hebt opgeschreven gaat precies daarover.
Het is niet te laat
Het eerste jaar niet bijgehouden hebben voelt als een gemis. Dat gevoel is eerlijk. Maar het betekent niet dat er niets meer te bewaren valt.
Wat je kind later wil weten, is niet of je elke week een dagboekpagina hebt volgeschreven. Het wil weten hoe jij was. Hoe het voelde om zijn of haar ouder te zijn. Wat je liet vallen en wat je vasthield. Dat weet je nog. Dat schrijf je op wanneer je er aan toe bent.
Eén zin is genoeg om te beginnen.