Je zit aan de keukentafel, je kind slaapt eindelijk, en je typt een paar zinnen over hoe die dag was. Maar halverwege vraag je je af: doe ik dit voor mezelf, of voor hem later? Het is een vraag die veel ouders stellen, en die geen eenvoudig antwoord heeft.
Dat is ook helemaal niet erg. Want voor wie je schrijft, bepaalt wel hoe je schrijft. En dat maakt het de moeite waard om even bij stil te staan.
Als je schrijft voor jezelf
Schrijven voor jezelf betekent dat je probeert vast te houden wat anders wegglijdt. De geur van je kind na een bad. Hoe het voelde toen ze voor het eerst echt lachte, niet die lach die eigenlijk een boertje was, maar de andere. Dat soort dingen schrijf je op omdat je ze niet wilt vergeten, niet omdat je ze wilt uitleggen.
Dat schrijven is rommelig, het is onvolledig, en het hoeft nergens heen. Een zin is genoeg. Twee woorden soms ook. Het gaat om herkenning achteraf, niet om volledigheid nu.
In het artikel wat je vergeet als je kind niet meer zo klein is staat hoe snel zelfs de helderste herinneringen verbleken. Schrijven voor jezelf is een manier om dat voor te zijn, zonder dat het een taak hoeft te zijn.
"Ik dacht dat ik het nooit zou vergeten. Maar drie maanden later wist ik de datum al niet meer."
Moeder van een zoon van vijf
Als je schrijft voor je kind
Schrijven voor je kind is een ander soort schrijven. Dan denk je al aan de lezer. Je kind is tien, of vijftien, of volwassen, en leest terug wat jij nu opschrijft. Dat verandert de toon vanzelf.
Je verklaart meer. Je geeft context. Je schrijft niet alleen wat er gebeurde, maar ook waarom het telde. Je legt uit wie jullie waren als gezin op dat moment, wat er in de wereld speelde, hoe jij je voelde als ouder, niet alleen als observator.
Dat is waardevoller voor je kind dan een perfect verhaal. Je kind wil later niet weten hoe het had moeten zijn. Het wil weten hoe het echt was, inclusief de twijfel, de vermoeidheid, de grappige mislukkingen.
Het verschil zit in de details die je kiest
Schrijven voor jezelf: je schrijft dat het huilen die nacht niet te stoppen was en dat jij zelf ook bijna huilde.
Schrijven voor je kind: je schrijft dat ook, maar voegt toe wat je dacht terwijl je daar stond, in het donker, wiegend. Dat je besefte dat dit een van de momenten was die je je altijd zou herinneren, al wist je niet waarom.
Het zijn allebei eerlijke herinneringen. Maar de tweede geeft je kind iets om mee te nemen. Een stukje van jou dat er anders nooit was geweest.
- Schrijf je voor jezelf, dan mag het fragmentarisch zijn: een woord, een gevoel, een detail zonder uitleg.
- Schrijf je voor je kind, dan geef je context: wie was jij op dat moment, wat dacht je, wat voelde het.
- Schrijf je voor allebei, dan wissel je af: soms intiem en onaf, soms gericht en verhalend.
Je hoeft het niet van tevoren te beslissen
De meeste ouders schrijven voor allebei tegelijk, zonder dat ze het zo benoemen. Dat is ook goed. Je hoeft geen keuze te maken voordat je begint.
Wat helpt, is om gewoon te beginnen. YearChapter stelt elke maand vragen die aansluiten bij wat je eerder al hebt opgeschreven. Niet een blanco pagina, maar een richting. Geen boek pakken, niet zelf nadenken waar je begint: de vraag staat er al.
Of je het antwoord dan voor jezelf schrijft of voor je kind, dat merk je vanzelf terwijl je typt. En misschien doet het er uiteindelijk minder toe dan je dacht. Want wie het ook leest later, het is jouw stem die spreekt. Die is voor allebei.
Als je benieuwd bent hoe dat er in de praktijk uitziet, lees dan eens over waarom het uitmaakt wie er schrijft, niet alleen wat er wordt opgeschreven.